Welkom op de website van de MDHG

De MDHG is al 40 jaar een belangenbehartiger voor druggebruikers en dak- en thuislozen in Amsterdam.

De MDHG biedt gratis cliëntondersteuning en helpt u met informatie, advies en ondersteuning. Bij de MDHG kunt u uw kant van het verhaal te vertellen, wanneer u telkens weer van het kastje naar de muur gestuurd wordt. Maar ook wanneer de hulp waar u recht op meent te hebben telkens weer wordt afgewezen. Wanneer uw problemen zo groot zijn, dat u niet meer weet waar u moet beginnen.

De MDHG is van origine een vereniging die zich hard maakt voor personen die drugs gebruiken, dus u kunt ook met druggerelateerde problematiek bij ons terecht. Wij bieden ondersteuning en begeleiding bij problemen die ontstaan door dakloosheid, schulden en juridische problemen.

De MDHG werkt onafhankelijk en komt op voor uw rechten. We ondernemen alleen actie wanneer u wilt dat we dat doen. U kunt bij ons ook terecht wanneer u zelfstandig op de computer wilt werken en kunt daarbij gebruik maken van faciliteiten als telefoon en printer.

Wanneer u eerst kennis wilt maken met de organisatie is dat mogelijk. Iedere werkdag is de MDHG tussen 10.00 en 13:00 uur geopend voor iedereen die bijvoorbeeld een kop koffie wil drinken. Tussen 13:00 en 16:30 uur zijn we open voor ondersteuningsvragen.

Facebook Posts

Toespraakje Dennis Lahey tijdens het symposium van de Straatalliantie op 5 april 2024In 2015 trad de nieuwe wet maatschappelijke opvang (wmo 2015) in werking, met daarin een prominente plek voor onafhankelijke cliëntondersteuning. Gemeentes kregen daarmee de opdracht om voor voldoende capaciteit en bekendheid daarvoor te zorgen, en dat maakte me om twee redenen blij.Ten eerste dacht ik: gelukkig, er zijn in ieder geval in de landelijke politiek mensen die het belang daarvan onderkennen. Er was natuurlijk ook jarenlang voor gelobbyd -een mooi moment om onze medestrijder Edo Paardekooper-Overman in herinnering te brengen -, maar het had in ieder geval tot resultaat geleid.Ik werkte in 2015 alweer wat jaartjes bij de MDHG, en om de zoveel tijd kreeg ik wel een of ander stroomschema onder ogen, volgens welke de verschillende instellingen nog beter met elkaar moesten samenwerken, in ieder geval tot de tijd dat er weer een nieuw stroomschema werd gepresenteerd.Mijn standaardreactie was dan altijd: ‘Zullen we die schema’s eens beginnen met de persoon om wie het gaat?’ Daarop werd mij dan altijd uitgelegd dat het nieuwe stroomschema juist helemaal om de cliënt heen was gebouwd.Dat leek me altijd een uiterst beklemmend idee. En zo voelt dat voor veel mensen ook.Je moet hulp dan ook niet óm mensen heen organiseren, maar vanuit de mensen zelf. En dat kan alleen wanneer je hun positie versterkt: hen macht geeft, om het maar gewoon zo te noemen. Helaas wordt dat in de hulpverlening heel erg eng gevonden en is er altijd ontzettend veel weerstand tegen, terwijl dat juist het doel van de hulpverlening zou moeten zijn: mensen weer de macht verschaffen invulling aan hun eigen leven te geven. Als dat niet uw doel is, kunt u misschien beter in de justitiële keten gaan werken. Die macht zou uit geld kunnen bestaan, door de maatschappelijke opvang via een PGB-achtige constructie op te bouwen, maar moet tenminste gegeven worden door die andere machtsfactor: kennis. Kennis over de uiterst ingewikkelde constructies in het maatschappelijke veld, veelal ingegeven door een gebrek aan vertrouwen van de overheid in de burger.En dat gebrek aan vertrouwen en dat gebrek aan kennis hoe je dan wel je recht kunt halen, zorgt voor machteloosheid. Vandaar het belang van onafhankelijke cliëntondersteuning.Daar bovenop komt dat de hulp die de mensen nodig hebben, in uiterst onvoldoende mate beschikbaar is. Je kunt stroomschema’s, handboeken, richtlijnen en actieplannen bedenken wat je wilt -je kunt zelfs roepen dat dakloosheid in 2030 moet zijn opgelost-, maar als er vervolgens onvoldoende middelen en capaciteit beschikbaar zijn, ontstaan er overal wachtlijsten en noodgrepen om de tering naar de nering te zetten, waarbij vooral veel mensen de tering kunnen krijgen.Dat ligt in eerste instantie aan de keuzes in de landelijke politiek, waar de gemeente en daarmee de instellingen zich maar toe te verhouden hebben. Maar overheid: fuck you! Hoe jullie je georganiseerd hebben, daar hoef je het de burger niet lastig mee te maken. Een woning, gezondheidszorg, een minimum aan inkomen, veiligheid, privacy et cetera et cetera zijn simpelweg mensenrechten. Dus kan de gemeente naar het Rijk wijzen, of andersom, de gemeente naar gecontracteerde instellingen, of andersom; WPI naar de GGD, de GGD naar de gemeente, de gemeente naar het Rijk en het Rijk naar ‘de gigantische opgaves waar we ons de komende jaren gezamenlijk voor gesteld zien’, maar dat is nog geen excuus om individuen die rechten te onthouden.En dus moeten individuen die deze rechten worden ontzegd in de gelegenheid worden gesteld om dit aan te vechten met ondersteuning van organisaties die zelf geen onderdeel van deze ketens zijn. Kortom: ik was blij dat het belang van onafhankelijke cliëntondersteuning in de wmo 2015 werd erkend.De tweede reden dat ik daar blij om was, was dat de bezoekersaantallen bij de MDHG al jaren de spuigaten uitliepen en maar bleven stijgen: door druggebruikers, maar ook door dak- en thuislozen die helemaal geen drugs gebruikten, maar verder nergens terecht konden.Ons beleid is om niemand op voorhand te weigeren, maar vervolgens konden we hen ook nergens anders naartoe brengen. De Daklozenvakbond draaide al die tijd al zonder subsidie en bij Bureau Straatjurist werkte Caroline de Groot zich sowieso al een slag in de rondte. Daardoor werden de dak- en thuislozen zonder druggebruik langzaam maar zeker een heel groot deel onze bezoekers.En dat was een slechte zaak. We hebben op zichzelf helemaal niets tegen mensen die geen drugs gebruiken (dat moeten ze helemaal zelf weten), maar we zijn niet voor niets een belangenvereniging voor druggebruikers. Onze leden hebben weliswaar dikwijls deels dezelfde problemen als dak- en thuislozen, maar er zijn ook duidelijke verschillen. Dat vereist een andere opzet van je organisatie, andere focuspunten qua collectieve belangenbehartiging en een andere methodiek als je dat zo wilt noemen. En met de komst van veel dak- en thuislozen bij de MDHG, veranderde ook dat vrij geleidelijk.We werden zakelijker -zogenaamd efficiënter-, terwijl juist onze leden vaak heel veel tijd nodig hebben om überhaupt weer eens iemand te vertrouwen. We streden met redelijk succes voor het idee dat daklozen die zichzelf niet meer kunnen redden niet ineens zelfredzaam zijn omdat een of andere matrix dat zegt; maar hielden ons veel te stil toen politici de puinhopen van hun idiote drugsverbod op de druggebruikers begonnen af te schuiven.Onze leden begonnen zich te roeren dat druggebruikers een minderheid in hun eigen vereniging werden, en daar hadden ze gelijk in. Ik verdedigde dat door erop te wijzen dat de MDHG sinds haar oprichting in 1977 een traditie heeft om de gaten te vullen die door het systeem nog niet worden onderkend (de uiterst belangrijke ‘kanarie in de kolenmijn’-functie, waardoor het zo belangrijk is dergelijke organisaties een grote mate van autonomie te geven), maar dan is het wel de bedoeling dat die na verloop van tijd door andere organisaties worden opgepakt.We hoopten dan ook dat de nieuwe wmo voor de gemeente aanleiding zou zijn om met beleid te komen rondom onafhankelijke cliëntondersteuning voor dak- en thuislozen, om dat vervolgens met voldoende financiering te realiseren.Maar dat gebeurde niet. Sterker nog: Als er al extra geld zou komen, zo riepen de verschillende MO/BW-aanbieders, dan zou dat toch vooral naar hen moeten gaan: zij ondersteunden toch zeker ook cliënten? Nou dan! Wat maakte onze werkzaamheden nou in hemelsnaam anders dan wat zij deden?En dus volgden er gesprekken. Met de gemeente, met instellingen, met de gemeente én instellingen, net zolang totdat er een onderzoek zou komen.De onderzoeken, ik wil ze hier toch graag even genoemd hebben. Want er is weinig frustrerender dan keer op keer te worden benaderd door goedbetaalde onderzoeksbureaus die werken in opdracht van het Rijk, de gemeente, de VNG of adviesorgaan ABCDEFG, en graag willen horen hoe cliëntondersteuning er uit moet zien, of hoe de positie van de cliënt versterkt dient te worden, of hoe er meer cliëntparticipatie gerealiseerd kan worden, of hoe ervaringsdeskundigheid georganiseerd moet worden, of hoe de belangen van daklozen beter behartigd kunnen worden… terwijl we dat zelf keer op keer op een presenteerblaadje aanleveren en vooral schreeuwen om wat extra middelen om dat daadwerkelijk te kunnen doen.Als overheid heb je al heel veel onderzoeksbureaus tot je beschikking, die ontzettend veel praktijkonderzoek doen, en dat zijn je maatschappelijke organisaties.Gelukkig was er in de tussentijd een gemeenteraadslid -Femke Roosma, en ik blij en trots dat zij de eerste voorzitter van het bestuur van de Straatalliantie is geworden- dat begreep dat er misschien wel een oplossing was voor het capaciteitsprobleem van onafhankelijke cliëntondersteuning: door gewoon wat meer geld te geven aan de organisaties die dat doen.Haar motie uit 2017 gaf recht op een eenmalige subsidie van € 400.000,-, waarbij de Daklozenvakbond, Bureau Straatjurist en de MDHG zelf de gelden moesten verdelen. Dat zat me toch niet helemaal lekker. Niet dat deze verdeling tot onderling geruzie leidde: de persoonlijke verhoudingen tussen de verschillende organisaties waren goed en we kenden elkaars noden, dus een verdeling was snel gemaakt, waarbij de 4 ton over twee jaar werd uitgesmeerd. Alleen: als je drie kleine organisaties twee jaar laat groeien voor een behoefte die na die twee jaar niet kleiner zal zijn, kom je daarna alleen maar meer in de problemen.Het leek me dan ook goed om dit aan te grijpen om dan maar zelf tot beleid te komen, en daar had ik ook al een plannetje voor gemaakt. De drie organisaties moesten nauwer gaan samenwerken in het zogenaamde CODT (Cliëntondersteuning Dak- en Thuislozen) en opereren vanuit een nieuw te vinden pand: Het Daklozenkantoor, waarbij ik een soort MDHG -maar dan voor niet-gebruikers- voor ogen had. Ik kreeg daarvoor niet meteen de handen op elkaar, ook niet binnen de drie organisaties. Hoewel niemand tegen nauwere samenwerking was (dat is nooit iemand), zag iedereen toch vooral beren op de weg. Dat veranderde mijns inziens toen ik A. de naam ‘Straatalliantie’ verzon (CODT is toch gewoon een CODT-naam), maar bovenal B. op een A4’tje een simpel plattegrondje tekende van hoe dat Daklozenkantoor er dan uit kon zien. Vanaf dat moment werd het voor alle partijen een veel concreter iets en konden we gaan praten over hoe we daar dan -in dat kleine tekeningetje- met elkaar de dingen gingen doen.Ook buiten onze drie organisaties leek -dankzij heel veel lobbywerk- de belangstelling te groeien. We spraken met de verschillende diensten binnen de gemeente over de plannen, met aanbieders en cliëntenbeweging; we zorgden met deze samenwerking dat Amsterdam een zogenaamde ‘Koplopersgemeente’ op het gebied van cliëntondersteuning werd, en hielden in maart 2018 een bijeenkomst met alle in- en externe betrokken partijen.Zicht op financiering was er toen nog niet, en mijn verzoeken aan de gemeente om eens gewoon te praten over een financieringskader waarbinnen die plannen dan gemaakt konden worden, werden helaas afgewezen. Ik denk dat als we dat wel hadden gedaan, we hier nu het eerste lustrum van de Straatalliantie hadden kunnen vieren.Ondertussen gingen we als drie organisaties gestaag verder, startten een maandelijks overleg van een werkgroep, er kwam een stuurgroep vanuit de besturen, we ontwikkelden een gezamenlijk registratiesysteem, werkten concreet samen qua inzet van elkaars vrijwilligers en ervaringsdeskundigen, ondernamen gezamenlijk acties op het gebied van collectieve belangenbehartiging, en op 14 mei 2019 ondertekenden de drie besturen de eerste officiële samenwerkingsovereenkomst.In datzelfde jaar kregen we -naast de 4 ton die structureel was geworden- een incidentele subsidie van het ministerie van VWS voor de verdere ontwikkeling van onze plannen. Hierdoor konden we onder andere een projectleider aanstellen -wat handig was- en tegelijkertijd vond er, op aandringen van de gemeente, een onderzoek plaats door de Hogeschool van Amsterdam. De uitkomsten hiervan -houd u vast-: er is een grote behoefte aan onafhankelijke cliëntondersteuning voor dak- en thuislozen; de werkwijze van de drie organisaties wordt gewaardeerd; er is alleen behoefte aan meer capaciteit en ruimte.We schrijven ondertussen 2021, en de medewerkers van de drie organisaties werken ondertussen al zo lang intensief samen, dat we elkaar als directe collega’s zien en verdergaande samenwerking voor de hand ligt: alle cliëntondersteuning, juridische ondersteuning en belangenbehartiging voor dak- en thuislozen kan naar de Straatalliantie, de MDHG gaat zich weer volledig op druggebruikers richten en de Daklozenvakbond op briefadressen. We weten hoe we dat willen doen, rekenen uit hoeveel mensen we verwachten, berekenen de benodigde capaciteit daarvoor en hangen daar een begroting aan vast in de traditie van de drie organisaties: krap genoeg om andere instellingen de maat te kunnen blijven meten.Maar geheel los van de vraag of wij niet veel te ruim rekenden; geheel los van de vraag of onze inschattingen van het aantal bezoekers wel klopten; zelfs geheel los van de vraag of we met onze plannen een manco in het gemeentebeleid oplosten (want al die vragen kwamen niet ter tafel): wat we vroegen was te veel. Dat moest naar beneden.Geënthousiasmeerd door dergelijke constructieve feedback, doken wij weer vrolijk achter ons Excellprogramma en stelden een zogenoemde ‘minimale begroting’ op, met daarin de minimale opzet waarin wij de plannen nog verantwoord vonden. Er is bij kleine organisaties namelijk een omslagpunt, waarbij je nog wel, of niet meer, stagiaires aan kunt nemen, ervaringsdeskundigen kunt begeleiden enzovoorts.Voor die minimale begroting was -op dat moment- ongeveer € 400.000,- per jaar nodig. En hoewel we volgens mij goed beargumenteerden waarom dat was, kregen we -zonder verdere argumentatie- een bedrag van € 150.000,- per jaar.Amsterdam mag zich gelukkig prijzen dat al die enthousiaste mensen die ondertussen bij het project betrokken waren er toen niet het bijltje bij neer hebben gegooid.Mijn eerste reactie was dat ze die anderhalve ton maar lekker (enfin, verzint u maar een ordinaire uitspraak), want alle argumenten waarom het een slecht idee was om met dat bedrag toch een en ander op te zetten, waren volgens mij valide. Niet in de laatste plaats, omdat het de medewerkers waarschijnlijk een burn out zou opleveren.En alzo geschiedde, hoewel ik er toen nog geen rekening mee hield dat dat ook voor mezelf kon gelden.Want er waren ook argumenten om er wel op in te gaan. De werkdruk bij de drie organisaties was ondertussen al zo hoog, dat iedere verlichting tenminste iets zou zijn. En met dit geld konden we voor tweeëneenhalve dag per week twee mensen aannemen, en dan zou de coördinator gewoon in zes uur zijn werk moeten doen en ondertussen voor meer geld moeten lobbyen. Als we eenmaal van start gingen, konden we laten zien dat er toch echt behoefte voor onze plannen was en zou niemand meer kunnen ontkennen dat onze oorspronkelijke plannen best een goed idee waren.En laat ik dan nu maar meteen overgaan naar het positieve gedeelte: dat inzicht kwam er ook. In de week nadat het mij duidelijk was geworden dat ik het zelf allemaal niet meer trok en mijn taken als coördinator uit gezondheidsredenen moest neerleggen -u zag het in mijn samenvatting misschien al aankomen, zelf had ik daar meer tijd voor nodig- ontving ik een mailtje dat er financiering zou komen in lijn met onze oorspronkelijke plannen.Laat mijn toon en sarcasme u niet misleiden: ik ben daar hartstikke blij om. Ik ben blij dat een nieuw stadsbestuur met een nieuwe wethouder -samen met de juiste ambtenaren op het juiste moment- tot dat inzicht zijn gekomen. Ik ben heel blij hier vandaag te kunnen staan om te vieren dat het nu allemaal echt van start kan en ik ben blij en trots dat er mooi team binnen de Straatalliantie is om dat te realiseren.Maar ik ben bovenal blij dat Willemijn de Nooijer het stokje van mij heeft overgenomen. Ik wens haar daar heel veel succes mee. ... Bekijk meerZie minder
Bekijk op Facebook

4

april

Ledenlunch

Elke eerste donderdag van de maand | 12:00 – 13:00 uur

Elke eerste donderdag van de maand organiseert de MDHG een ledenlunch voor haar leden. Elke lunch wordt gesproken over een bepaald thema, iets wat op het moment speelt en er worden mededelingen gedaan. 

doe mee en deel deze campagne op sociale media en binnen uw netwerk

MDHG

Contact & Openingstijden

De MDHG is iedere werkdag geopend van 10:00 tot 16:30 uur.
Wilt u tussen 13:00 uur en 16:30 uur gebruik maken van een computer of de telefoon of wilt u een medewerker spreken? Maak dan even een afspraak.

De MDHG is bereikbaar met de metro of tram 14, halte Waterlooplein.

Jonas Daniel Meijerplein 30

1011 RH Amsterdam

T     020 - 6244775

@    info@mdhg.nl